Onlangs organiseerden wij, Levers ter Braak, samen met OAKK en Jongbloed Fiscaal Juristen een informatieavond over beleggen in box 1, box 2 en box 3. De belangstelling was enorm. Veel ondernemers en particulieren willen vermogen opbouwen, maar vragen zich af welke fiscale route het beste aansluit bij hun doel en financiële situatie. In dit artikel leest u welke mogelijkheden box 1, box 2 en box 3 bieden, wat de voor- en nadelen zijn en hoe u een passende keuze maakt.
Beleggen in box 1, box 2 of box 3: wat past bij uw doel?
Waarom begint beleggen bij het bestedingsdoel?
Beleggen is geen doel op zichzelf, maar een middel om een financieel doel te bereiken. Het bestedingsdoel bepaalt daarom in belangrijke mate welke belastingbox, looptijd en beleggingsvorm passend zijn. Geld voor uw pensioen mag langer vaststaan dan vermogen dat u over enkele jaren nodig hebt voor een woning of verbouwing.
Mogelijke doelen zijn:
- uw pensioen aanvullen;
- eerder stoppen met werken;
- toekomstige woonlasten verlagen;
- een woning of verbouwing financieren;
- vermogen opbouwen voor uw kinderen;
- stoppen met ondernemen;
- vrij beschikbaar vermogen opbouwen;
- vermogen overdragen aan de volgende generatie.
Niet alleen het doel is belangrijk. Ook uw financiële buffer, inkomen, beleggingshorizon, risicobereidheid en reeds opgebouwde pensioenvoorzieningen spelen een rol.
Dezelfde belegging kan daardoor in box 1, box 2 en box 3 fiscaal heel anders uitpakken.
Hoe werkt beleggen in box 1?
Beleggen in box 1 gebeurt doorgaans via een fiscaal gefaciliteerde pensioen- of lijfrentevoorziening, zoals een lijfrentebeleggingsrekening. De storting kan bij een pensioentekort binnen de persoonlijke jaar- en reserveringsruimte aftrekbaar zijn. Het vermogen is bestemd voor later, valt tijdens de opbouw niet in box 3 en is niet vrij opneembaar.
Op de afgesproken einddatum moet het opgebouwde vermogen worden gebruikt voor periodieke lijfrente-uitkeringen. Deze uitkeringen worden op dat moment belast als inkomen in box 1.
Wat zijn de voordelen van beleggen in box 1?
Box 1 kan een aantrekkelijk fiscaal voordeel opleveren doordat de storting mogelijk tegen een hoger belastingtarief aftrekbaar is dan het tarief waartegen de latere uitkeringen worden belast. Bovendien betaalt u tijdens de opbouw geen box 3-heffing, waardoor het volledige ingelegde brutobedrag kan renderen.
De belangrijkste voordelen zijn:
- De inleg is binnen de beschikbare fiscale ruimte aftrekbaar.
- De aftrek vindt plaats tegen het box 1-tarief dat tijdens uw werkzame leven van toepassing is. Dit mag dus ook tegen het maximale tarief van 49,5%, indien dat van toepassing is.
- Tijdens de opbouw betaalt u geen box 3-heffing over het lijfrentevermogen.
- Het volledige ingelegde brutobedrag kan voor u renderen.
- De latere uitkeringen vallen mogelijk in een lager belastingtarief.
- Het vermogen krijgt een duidelijke bestemming voor uw oude dag.
Wanneer uw inkomen en fiscale ruimte dit toelaten, kan een storting tijdens uw werkzame leven tegen het hoogste box 1-tarief worden afgetrokken. Dit tarief bedraagt in 2026 maximaal 49,5%.
Als de latere lijfrente-uitkeringen na uw AOW-datum binnen de eerste belastingschijf vallen, worden deze in 2026 belast tegen 17,85%, afgerond circa 18%. Zo kan een aantrekkelijk tariefvoordeel ontstaan: u trekt de storting mogelijk af tegen maximaal 49,5% en betaalt over de latere uitkering circa 18% belasting.
Daar komt bij dat u tijdens de opbouw geen box 3-heffing betaalt. Er is dan ook nauwelijks een fiscaal voordeligere manier om geld van nu naar later over te brengen.
Waarom is box 1 vaak de eerste stap voor ondernemers?
Voor ondernemers is het doorgaans verstandig om eerst te onderzoeken in hoeverre zij hun toekomstige box 1-inkomen kunnen aanvullen. Het uitgangspunt is om voldoende pensioen- en lijfrente-inkomen op te bouwen om na het bereiken van de AOW-leeftijd de eerste belastingschijf zo goed mogelijk te benutten.
In 2026 loopt de eerste belastingschijf voor iemand die de AOW-leeftijd heeft bereikt en is geboren op of na 1 januari 1946 tot € 38.883. Voor mensen die vóór 1 januari 1946 zijn geboren, bedraagt de grens € 41.123. Deze bedragen worden periodiek aangepast.
Het fiscale voordeel geldt alleen wanneer de storting daadwerkelijk aftrekbaar is en de latere uitkeringen binnen de eerste belastingschijf vallen. De volgende onderdelen moeten daarom in de persoonlijke berekening worden meegenomen:
- de beschikbare jaar- en reserveringsruimte;
- de hoogte van de AOW-uitkering;
- het reeds opgebouwde pensioen;
- eventuele andere lijfrente-uitkeringen;
- overige inkomsten na de AOW-datum;
- de invloed op heffingskortingen en inkomensafhankelijke regelingen.
Voor veel ondernemers is de praktische volgorde daarom: onderzoek eerst hoeveel aanvulling in box 1 zinvol en mogelijk is en kijk daarna naar verdere vermogensopbouw in box 2 of box 3.
Wat zijn de nadelen van beleggen in box 1?
Het fiscale voordeel van box 1 gaat gepaard met minder vrijheid. Het opgebouwde vermogen is bedoeld voor uw pensioen en kan niet zomaar voor een ander doel worden opgenomen. Daarnaast gelden wettelijke voorwaarden voor de aftrek, de ingangsdatum en de duur van de latere lijfrente-uitkeringen.
De belangrijkste nadelen zijn:
- Het vermogen is niet vrij opneembaar.
- De aftrek is beperkt tot de persoonlijke jaar- en reserveringsruimte.
- Voor de uitkeringsfase gelden wettelijke voorwaarden en minimale looptijden.
- De uitkeringen worden later belast in box 1.
- Bij tussentijdse afkoop kunnen inkomstenbelasting en revisierente verschuldigd zijn.
- De uitkeringen kunnen gevolgen hebben voor heffingskortingen en inkomensafhankelijke regelingen.
Box 1 past daarom vooral bij vermogen dat daadwerkelijk voor uw pensioen is bestemd. Voor een verbouwing, schenking of andere tussentijdse uitgave is een geblokkeerde lijfrenterekening meestal niet geschikt.
Belangrijk is dus dat lijfrente, of ook wel pensioenopbouw, onderdeel is van uw totale financiële plan, hetgeen waarbij Levers ter Braak kan ondersteunen!
Hoe werkt beleggen in box 2?
Beleggen in box 2 betekent doorgaans dat een directeur-grootaandeelhouder overtollige liquiditeiten vanuit de bv belegt. Het vermogen wordt dan niet eerst als dividend naar privé uitgekeerd. Het geld blijft eigendom van de bv en kan bijvoorbeeld via een zakelijke beleggingsrekening of vanuit een holding worden belegd.
Mogelijke beleggingen binnen de bv zijn:
- beleggingsfondsen en ETF’s;
- aandelen en obligaties;
- private equity en private credit;
- zakelijke deposito’s;
- een door een vermogensbeheerder samengestelde portefeuille.
Welke beleggingen passend zijn, hangt af van de termijn, het risico en de liquiditeitsbehoefte van de bv.
Voordat de bv gaat beleggen, moet worden vastgesteld of het geld daadwerkelijk overtollig is. De onderneming moet voldoende middelen overhouden voor:
- belastingen;
- werkkapitaal;
- geplande investeringen;
- tegenvallende bedrijfsresultaten;
- overige zakelijke verplichtingen.
Geld dat op korte termijn binnen de onderneming nodig kan zijn, hoort niet zonder meer in een risicovolle beleggingsportefeuille thuis.
Let op; statutair moet vastgelegd zijn dat beleggen in de BV ook toegestaan is!
Welke belasting betaalt de bv over beleggingen?
Bij beleggen via een bv bestaan in hoofdlijnen twee belastingmomenten. Eerst kan de bv vennootschapsbelasting verschuldigd zijn over het fiscale beleggingsresultaat. (verkoopwaarde – aankoopwaarde = beleggingsresultaat) Wanneer het resterende vermogen later als dividend naar privé wordt uitgekeerd, betaalt de aandeelhouder daarnaast box 2-belasting.
De vennootschapsbelasting bedraagt in 2026:
- 19% over de belastbare winst tot en met € 200.000;
- 25,8% over het meerdere.
Wanneer de bv het resterende vermogen als dividend naar privé uitkeert, volgt belastingheffing in box 2. De tarieven bedragen in 2026:
- 24,5% over het box 2-inkomen tot € 68.843;
- 31% over het meerdere.
De gecombineerde belastingdruk bestaat dus uit vennootschapsbelasting en uiteindelijk box 2-heffing. Zolang geen dividend wordt uitgekeerd, blijft de box 2-heffing in beginsel uitgesteld.
Wat zijn de voordelen van beleggen in box 2?
voor langere tijd niet nodig is. De dga hoeft het geld dan niet eerst als dividend naar privé uit te keren. Hierdoor kan de box 2-heffing worden uitgesteld en blijft meer vermogen binnen de bv beschikbaar om te beleggen.
De belangrijkste voordelen zijn:
- Geld dat al in de bv zit, hoeft niet eerst naar privé te worden uitgekeerd.
- De box 2-heffing kan worden uitgesteld zolang geen dividenduitkering plaatsvindt.
- Zakelijke kosten m.b.t. de beleggingen kunnen onder voorwaarden aftrekbaar zijn.
- De bv heeft uiteenlopende zakelijke beleggingsmogelijkheden.
- Via een holding kan vermogen worden gescheiden van de dagelijkse risico’s van de werkmaatschappij.
- Box 2 kan mogelijkheden bieden voor vermogens- en estateplanning.
Wat zijn de nadelen van beleggen in box 2?
Beleggen via de bv kent twee mogelijke belastinglagen: vennootschapsbelasting over het resultaat en box 2-heffing wanneer het vermogen naar privé gaat. Daarnaast brengt een bv meer administratie en advieskosten mee. Het vermogen blijft bovendien eigendom van de bv en kan niet zonder fiscale gevolgen privé worden besteed.
Andere aandachtspunten zijn:
- Bij een latere dividenduitkering volgt daarnaast box 2-heffing.
- De administratie is uitgebreider dan bij een particuliere beleggingsrekening.
- De waarderingsmethode kan invloed hebben op het moment waarop winst wordt belast.
- Beleggingsverliezen raken het vermogen van de bv.
- Een te kleine zakelijke buffer kan de bedrijfscontinuïteit onder druk zetten.
Voor een dga geldt daarom vaak: benut eerst de passende mogelijkheden in box 1 en beoordeel daarna of overtollige liquiditeiten in de bv kunnen worden belegd. Vergelijk dit ook met het alternatief om dividend uit te keren en vervolgens privé in box 3 te beleggen.
Hoe werkt beleggen in box 3?
Beleggen in box 3 is de meest flexibele vorm van vermogensopbouw. Het vermogen staat op een particuliere beleggingsrekening en kan in beginsel op ieder moment worden opgenomen. Daardoor is box 3 geschikt voor doelen waarvoor het geld vóór of na de pensioendatum vrij beschikbaar moet blijven.
U kunt in box 3 onder meer beleggen in:
- aandelen;
- obligaties;
- indexfondsen en ETF’s;
- actief beheerde beleggingsfondsen;
- vastgoedfondsen;
- andere beleggingsvormen;
- een portefeuille onder vermogensbeheer.
Box 3 kan geschikt zijn voor uiteenlopende doelen, zoals eerder stoppen met werken, een toekomstige woning, ondersteuning van kinderen of de opbouw van een algemene vermogensbuffer.
Wat zijn de voordelen van beleggen in box 3?
Het belangrijkste voordeel van beleggen in box 3 is de vrijheid. Er gelden geen pensioenvoorwaarden, verplichte ingangsdatum of minimale uitkeringsduur. U kunt het vermogen gebruiken wanneer dat nodig is. Ook bestaat er veel keuzevrijheid bij het selecteren van beleggingen, aanbieders en vormen van dienstverlening.
De voordelen op een rij:
- Het vermogen is vrij opneembaar.
- U hebt veel keuze uit producten en aanbieders.
- Een opname wordt niet afzonderlijk belast als inkomen.
- Box 3 is geschikt voor meerdere doelen en verschillende looptijden.
- De administratie is doorgaans eenvoudiger dan bij beleggen via een bv.
Wat zijn de nadelen van beleggen in box 3?
Vermogen in box 3 wordt betrokken in de jaarlijkse belastingheffing. Beleggingen worden daarbij anders behandeld dan bank- en spaartegoeden. De regels zijn bovendien volop in ontwikkeling. Daardoor moet jaarlijks worden beoordeeld of de forfaitaire berekening of het werkelijke rendement voor de belastingplichtige het gunstigst uitpakt.
De belangrijkste nadelen zijn:
- Het vermogen telt mee voor de jaarlijkse box 3-heffing.
- Beleggingen worden anders behandeld dan bank- en spaartegoeden.
- De fiscale regels zijn in ontwikkeling.
- De heffing kan zwaar uitpakken in jaren met een laag rendement.
- Een groot vermogen kan gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen.
Voor de voorlopige aanslag 2026 rekent de Belastingdienst met een forfaitair rendement van 6% voor beleggingen en andere overige bezittingen. Over het berekende box 3-inkomen bedraagt het belastingtarief 36%.
Als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitair berekende rendement, kan de tegenbewijsregeling relevant zijn. De precieze uitwerking hangt af van de persoonlijke situatie. Belangrijk is om hierbij een adviseur in de hand te nemen, die hierover kan adviseren.
Omdat box 3 voortdurend verandert, is het niet verstandig om met oude vuistregels te rekenen. Laat box 3 daarom jaarlijks opnieuw doorrekenen.
Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen box 1, box 2 en box 3?
Box 1 is vooral bedoeld voor fiscaal gefaciliteerde pensioenopbouw, box 2 voor vermogen dat zich al in een bv bevindt en box 3 voor vrij beschikbaar privévermogen. De keuze draait niet alleen om belastingtarieven. Ook het bestedingsdoel, de looptijd en de gewenste beschikbaarheid zijn bepalend.
| Onderdeel | Box 1 | Box 2 | Box 3 |
| Hoofddoel | (Aanvullend) Pensioen | Vermogen in de bv laten renderen | Vrij vermogen opbouwen |
| Beschikbaarheid | In beginsel geblokkeerd | Beschikbaar binnen de bv | Vrij opneembaar |
| Belasting bij inleg | (Mogelijk) aftrekbaar |
Geen persoonlijke aftrek | Niet aftrekbaar |
| Belasting tijdens opbouw | Geen box 3-heffing | Mogelijk vennootschapsbelasting | Jaarlijkse box 3-heffing |
| Belasting bij uitkering | Box 1-heffing | Box 2-heffing bij dividend | Opname niet apart belast |
| Belangrijkste voordeel | Fiscaal voordeel en uitstel | Uitstel box 2-heffing | Maximale flexibiliteit |
| Belangrijkste nadeel | Geld staat vast | Twee mogelijke belastinglagen | Jaarlijkse vermogensheffing |
Waarom is een combinatie van box 1, box 2 en box 3 vaak verstandig?
U hoeft niet al uw vermogen in één box op te bouwen. Een combinatie van box 1, box 2 en box 3 kan juist zorgen voor een goede balans tussen belastingvoordeel, beschikbaarheid en risicospreiding. Zo krijgt ieder vermogensdeel een eigen doel, beleggingshorizon en fiscale behandeling.
Een ondernemer kan bijvoorbeeld:
- een passende privébuffer aanhouden;
- jaarlijks in box 1 beleggen voor aanvullend pensioen;
- overtollige liquiditeiten in de holding via box 2 beleggen;
- vrij beschikbaar vermogen voor andere doelen in box 3 opbouwen.
Zo ontstaan verschillende vermogenspotjes. Geld voor het pensioen kan fiscaal voordelig worden vastgezet, terwijl voldoende vermogen beschikbaar blijft voor uitgaven vóór de pensioendatum.
Hoe kiest u tussen box 1, box 2 en box 3?
Een passende keuze begint met een financieel plan en niet met een beleggingsproduct. Breng eerst uw doelen, termijn, buffer en risico’s in kaart. Onderzoek daarna welke fiscale box past bij ieder doel. Kies pas vervolgens de beleggingsportefeuille, aanbieder en gewenste vorm van begeleiding.
Zo pakt u het aan in vijf stappen:
- Bepaal uw doel en termijn
Stel vast waarvoor u belegt, wanneer u het geld nodig hebt en welk bedrag u wilt opbouwen. - Zorg voor voldoende buffers en bescherming
Houd rekening met onvoorziene uitgaven en risico’s zoals overlijden, arbeidsongeschiktheid en tegenvallende bedrijfsresultaten. - Onderzoek eerst de mogelijkheden in box 1
Laat uw jaar- en reserveringsruimte berekenen en bepaal hoeveel pensioen- of lijfrente-inkomen nodig is om de eerste belastingschijf na de AOW-datum te benutten. - Vergelijk box 2 en box 3
Onderzoek of overtollige liquiditeiten beter in de bv kunnen blijven of als dividend naar privé kunnen worden uitgekeerd. - Kies de belegging en begeleiding
Bepaal hoeveel risico u kunt dragen en kies tussen zelf beleggen, beleggen met advies of vermogensbeheer.
Beleggen begint niet met de zoektocht naar het fonds met het hoogste rendement. Het begint met een goed financieel plan. Vanuit dat plan kan Levers ter Braak bepalen welke combinatie van box 1, box 2 en box 3 het beste aansluit bij uw doelen, levensfase en financiële situatie.
Wilt u weten welke combinatie het beste aansluit bij uw doelen, levensfase en financiële situatie?
Neem dan contact op met Levers ter Braak Financieel Planners voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij brengen uw mogelijkheden graag samen met u in kaart.